13. aug, 2020

Ontsnapping Paardegat

"Je zal intussen wel vaker zijn gebeld over de koeien van het Paardegat die op de weg lopen!"
Het was de eerste melding en dan ga je. Je laat alles vallen, sluit snel de deuren en met gierende banden rij je de dijk op. Aangekomen op de plek des onheils, zien we gelukkig geen koeien op de weg. Een meevaller. Wel horen we geloei uit het bosje komen. Daar zijn ze dus. We besluiten ons op te splitsen. Er blijft 1 man bij de auto op de inrit van het gebied en er gaan 2 vrouwen naar de achterkant van het bosje. We lopen door het gras om de bomen heen en zien dat de koeien hier ook hebben gelopen. Hier en daar ligt er een flats. Terug lopen waar je net met de auto ben langs gereden, doet geen goed aan het humeur van oververhitte vrouwen. Tenminste, 1 vrouw. Dochterlief vermaant moeder dat ze niet zo moet steunen en zuchten. Ik moet rennen om haar bij te houden, met haar lange benen. En dan ook nog links en rechts opspringen om de flatsen te ontwijken. Eindelijk komen we aan de achterzijde. Er is daar 1 dam waar je de weg op kan, die moeten we bewaken. Verder loopt er aan de andere kant van het bosje een soort pad langs de sloot en door het midden.
We zien het groepje van zo'n 15 dieren op het middenpad staan. Gezellig de boel verkennen. Ik loop erheen en ze gaan via een opening tussen de bomen, naar de buitenrand, langs de sloot. Terug naar de bemande dam. Dan via de buitenkant. Maar ja .... wie van ons wil dat doen? Beide voelden we ons niet aangetrokken om dit te doen. Het pad, (wat er van het pad is te zien) staat vol met brandnetels tot zeker wel op borsthoogte. Ons haastig vertrek van thuis, ging iets te snel. Beide waren we gekleed in korte broek en lopende op teenslippers, stonden we voor een uitdaging. We waren er toch nog snel uit. Er zou er 1 bij de dam blijven en de ander ging door het middenpad. En voor buitenom gingen we even bellen voor de man met laarzen. Hij kon zijn plek bij de auto verlaten omdat er hulp kwam. Zo fijn dit, alleen al om de brandnetels.
Ik ging middendoor. Op een holletje met in de ene hand mijn telefoon en de andere mijn blaas, springen om flatsen en overhangende brandnetels te ontwijken holde ik op mijn teenslippers evenwijdig met de damesclub mee. Gelukkig kwamen ze mijn kant niet op, maar gingen naar de plek waar de draad was geknapt. En waar een dam was. Allen waren weer terug in het gebied en de heining kon weer worden gerepareerd. Als een haas ging de kudde ervandoor, richting de molen. Ze zullen wel gedacht hebben: It wasn't me!!